Het Samenwerkingsverband >>
Voor ouders >>
Voor professionals >>
Onze scholen >>

1000 kansen voor 89 leerlingen

“Anders dan in het reguliere onderwijs krijgt een leerling op onze school wel 1000 kansen”, zeggen Jessica Kramer en Betty Smit van Het Werk! in Heerhugowaard. Maar hoe worden de leerlingen zelf ‘eigenaar’ van hun leerdoelen? Dat onderzoekt de VSO-school aan de hand van begeleide zelfevaluatie.


“Ik schets even wat er gebeurt”, vertelt Jessica, teamleider bij De Spinaker Het Werk! “Een leerling komt met zijn ouders binnen voor een voorgesprek. We bespreken zijn doelen. De leerling zit het hele gesprek lang te knikken. Dan begint de school en na zes weken kom ik de leerling tegen in de gang en zegt hij: ‘Wat een *#^!-school, ik wil weer naar een gewone school.’ Dan vraag ik: ‘Maar weet je nog waarom je hier zit?’ Hij heeft geen idee.”

 

Zelfredzaamheid leren

“We zijn een school voor voortgezet speciaal onderwijs”, vervolgt ondersteuningscoördinator Betty Smit. “Onze 89 leerlingen zijn tussen de 14 en 18 jaar oud. Ze krijgen hier twee dagen onderwijs in een groep en doen drie dagen stage. Ons ondersteuningsprofiel is werken en leren. De leerlingen ontwikkelen zich dus op beide sporen.”

 

Jessica: “We focussen op leerlingen die zich met extra ondersteuning kunnen ontwikkelen, die zelfredzaamheid kunnen leren. We hebben daarmee veel succes, de meeste leerlingen stromen door naar een baan of een werken-en-lerentraject. Het beetje extra aandacht dat we geven, maakt dat het toch lukt. Hier kan je iedere keer weer opnieuw beginnen, ook al blow je veel of ben je vaak niet aanwezig. Je krijgt hier de tijd om te rijpen.”

 

Succeservaringen bieden

Het Werk! werkt nauw samen met onder meer maatschappelijk werkers, GGD-artsen en leerplichtambtenaren. “We werken met verschillende professionals aan datgene wat de leerling nodig heeft,” aldus Jessica. “De uitdaging waar we voor staan is om leerlingen die overal zijn uitgevallen en afgewezen hier een succeservaring te bieden. Ons doel is dat ze na deze school kunnen zeggen: ‘Dat was goed, dat was prettig, ik ben trots op mezelf.’”

 

Betty legt uit wat die werkwijze vereist van de docenten. “Je moet geen vakidioot zijn die liefst alleen zijn vak geeft. Je bent als docent hier heel erg bezig met de leerling en met de groep. Er moet een warme veilige sfeer zijn, de leerlingen mogen fouten maken. Mensen die hier werken moeten heel veel geduld hebben. Als het nu niet lukt, dan misschien over een half jaar wel.”

 

Meer betrokkenheid van leerlingen
“Met leerlingen en ouders hebben we kernwaarden vastgesteld” vervolgt Betty. “De leerlingen hadden op nummer één ‘liefde’ staan, wat uiteindelijk leidde tot de kernwaarde ‘respect’. Andere kernwaarden die we samen hebben vastgesteld zijn: veiligheid, resultaat en verantwoordelijkheid.”

 

Jessica: “We hadden naar aanleiding van de kernwaarden een gesprek met elkaar. Wij zijn met elkaar heel hard aan het werk, we willen veel voor de leerlingen, maar wil de leerling het zelf wel? Vaak heeft hij geen idee wat hij wil of hoe hij er komt. Zou het niet veel beter zijn als een leerling zo betrokken is dat hij kan benoemen waarom hij naar school gaat, wat zijn doelen zijn en hoe hij die gaat bereiken?”

 

“Toen hebben we een begeleide zelfevaluatie naar eigenaarschap bij leerlingen gedaan”, aldus Betty. “Door eigenaarschap worden leerlingen geactiveerd. Dat zie je ook bij de stages, die zijn zo succesvol doordat de leerling zelf de stageplek zoekt. Dat is de uitdaging waar we voor staan: meer betrokkenheid van de leerling zelf.”

 

Aanpassen terwijl de trein rijdt
De eerste stap in de zelfevaluatie was een oriëntatiegesprek met het onderzoeksteam van de school en twee experts van het samenwerkingsverband. “Je krijgt van hen handvatten om het onderzoek in je school te doen”, aldus Jessica. “Vervolgens hebben we een definitie van betrokkenheid vastgesteld, interviews met leerlingen gedaan, docenten geobserveerd en video-opnamen gemaakt van interactie tussen docenten en leerlingen. Het team wilde het onderzoek zelf, ze willen werken aan hun ontwikkeling.”

 

Jessica volgt bij het samenwerkingsverband ook de opleiding voor begeleider bij zelfevaluatie. “Daar hoor ik hoe je na een gesprek een probleem kunt analyseren, hoe je de kernvraag eruit haalt, hoe je een hypothetische probleemstelling maakt en dan weer deelvragen en onderzoeksvragen. Ik neem het allemaal mee op managementniveau.”

 

Iedere school zou zelfevaluatie moeten doen, is de mening van Jessica. “Het is een meerwaarde voor je ontwikkeling, gericht op je verbeterpunten. Je leert anders en breder kijken. Bovendien is het een goede tool om met je team in gesprek te gaan. In het onderwijs moet je je telkens aanpassen, terwijl de trein rijdt. Met deze methodiek lukt dat.”

 

Gas geven of even gas terugnemen
“Iedereen is heel enthousiast over de zelfevaluatie”, vervolgt Betty. “Docenten zagen zichzelf terug op video en zeiden: ‘Wat ben ik hard aan het werk, ik zit helemaal rechtop en de leerling zit maar onderuit. Dat is suf. Waarom activeren we die leerling nou toch niet?’ Maar dat is juist het koord waar we op lopen. We zoeken voortdurend naar de balans tussen gas geven en even gas terugnemen. We moeten niet alleen activeren, maar ook observeren. Maar vooral: niet loslaten.”

 

“We gaan nu aan het team presenteren wat er uit de zelfevaluatie voortkomt, wat de vervolgstappen zijn en wie dat op zich gaat nemen,” besluit Jessica. “Soms wil ik daarbij te snel, ik moet het team de kans geven om zich daarin te ontwikkelen. Dan zegt Betty tegen me: ‘Het gaat niet om het resultaat, maar om het proces.’”

 

Betty: “Het gaat ook om het resultaat, dat is niet voor niks één van onze kernwaarden.”